door JURRY BRAND
HENGELO – De personeelsmanager vond een opmerkelijke brief tussen de sollicitaties: ’Ik ben vier maanden per jaar weg om te bobsleeën’. Die kwam op hetzelfde stapeltje als het cv waar alleen een middelbare opleiding op stond. Dikke kans dat die brieven van topsporters waren. Het valt lang niet altijd mee om dan op het stapeltje ’uitnodigen voor sollicitatie’ te komen. Terwijl topsporters wel de mentaliteit hebben waar het bedrijfsleven om schreeuwt: ze geven niet op bij de eerste de beste tegenslag én ze denken in oplossingen. „Werken, hoe doe je dat?"
![]()
![]()
• Sybren Jansma werkt tot oktober bij afvalverwerker Twence. Daarna begint zijn seizoen weer als remmer in de nationale twee- en viermansbob. FOTO: ROBERT HOETINK
In het kantoortje van Twence, een bedrijf in Hengelo dat afval verwerkt tot energie en grondstoffen, zit een energieke man in een strak wit overhemd. Zo op het eerste gezicht een gewone kantoormedewerker, maar schijn bedriegt. Hij was het namelijk die begin vorig jaar in de Nederlandse twee- en viermansbobslee zat tijdens de Olympische Winterspelen in Vancouver.
Sybren Jansma (29) bediende daar de remmen van de bob. En dat zal hij in 2014 tijdens de Spelen in het Russische Sotsji wéér doen. Momenteel zit hij echter midden tussen de milieuvraagstukken in het groene Twentse land.
Het was de innovatieve en duurzame manier van omgaan met energie die Jansma aantrok in Twence. Hij deed eerder al een studie human technology , over de wisselwerking tussen mensen en techniek. Nu is hij bezig met een studie Milieu en Natuurwetenschappen aan de Open Universiteit, waarbij hij zich richt op duurzaamheid. Tot oktober is Jansma bezig met onderzoek naar welke technieken er beschikbaar zijn om mineralen en energie terug te winnen uit mest. Tot oktober, want dan begint het bobsleeseizoen weer, en zit hij vier maanden in de sneeuw.
Jansma: „Ik ben vanuit de sport gewend om het niet half te doen en niet snel op te geven. Met het bobsleeteam richten we ons ook op een periode van vier jaar. Aan het eind moet het gebeuren. Op weg daarheen krijg je ook teleurstellingen, daar moet je mee kunnen omgaan. Als sporter denk je eerder in mogelijkheden: dit gaat niet goed, hoe kunnen we het anders doen."
De Groninger is blij met de werkervaring. „Dit is helemaal nieuw voor mij. De eerste werkdag ging ik zitten en zei: nu ga ik dus werken, hoe doe je dat?" zegt hij met een knipoog. „Tijdens je sportcarrière heb je gewoonweg weinig tijd om aan je maatschappelijke cv te werken. En als je moet zeggen dat je drie tot vier maanden per jaar weg bent om te bobsleeën, kom je toch met een handicap binnen."
Bij het vinden van werk kreeg hij daarom hulp van het Servicepunt Topsporters van UWV Werkbedrijf, dat sinds vorig jaar september open is. Sindsdien heeft het 250 sporters ondersteund. Zo’n 70 hebben een nieuwe baan gevonden buiten de sport. Zestig tekenden alsnog een nieuw professioneel sportcontract. Jaarlijks stoppen circa 400 beroepssporters.
Het servicepunt is keihard nodig, zegt projectleider Annemarie Heuvel. Zij kan het weten, want ze zat acht jaar in het vaderlandse waterpoloteam. Vaak weten de sporters ook zelf niet welke kant ze op willen. „De kunst is om kwaliteiten uit de sport te vertalen naar het bedrijfsleven en een goede match te maken. Zo hebben we een schaker geholpen aan een baan in de logistiek. Ideale kracht, hij denkt vijf straten vooruit."
Het Haagse Doxa, een bedrijf in personeelsbemiddeling, zou je al een veteraan kunnen noemen als het om aannemen van extopsporters gaat. Ze hebben er al drie aangenomen, en sinds december vorig jaar is ook exhockeyer Erik Jazet in dienst van de onderneming. Hij werkt aan een nieuwe tak van het bedrijf, die ondernemingen helpt bij het opzetten van een goed bedrijfsimago op sociale media.
Jazet (39), speelde 308 interlands met de nationale hockeyploeg en werd daarmee onder meer in 1998 wereldkampioen. „Je wéét dat sport eindig is en dat je op een gegeven moment moet gaan werken. Maar ik had niet echt een idee welke kant ik op wilde. Ik heb op de Randstad Topsport Academie een hbo-opleiding commerciële economie gedaan, een nogal brede opleiding. Na mijn sportcarrière heb ik eerst nog een paar jaar bij de Rabobank gewerkt als assistent-accountmanager in private banking . Maar hoewel ik daar prima kansen kreeg om mezelf te ontwikkelen, is het niet echt iets voor mij om binnen te zitten, ik ben liever buiten aan het werk."
„ In het begin was het bij Doxa wel even wennen: je doet toch iets anders dan je collega’s. Je bent ook afhankelijk van hen. Maar eigenlijk is dat niet anders dan een sportteam: je probeert van fouten te leren en beter te worden. Je stelt doelen en volhardt daarin. Je kunt niet alles winnen, maar wel blijven trainen en ervoor gaan. "
Bronvermelding: Telegraaf Zaterdag 9 juli 2011


